Gebruikersvoorwaarden Pandjeshuis Visser

Art. 1

Begripsbepalingen.

Beleensom: het bedrag dat men krijgt voor het onderpand;
Belening: de afgifte van geld tegen het in ontvangst nemen van een onderpand;
Lossing: teruggave van het onderpand tegen betaling van de beleensom en openstaande rente; 
Onderpand: het in pand gegeven eigendom of bedrijfseigendom;
Pandbewijs: een afdruk met gegevens zoals omschreven in artikel 6 van deze voorwaarden die in de geautomatiseerde administratie zijn opgenomen;
Pandgever: de natuurlijke persoon of ondernemer die een onderpand inbrengt;
Pandnemer: Pandjeshuis Visser;
Wachttijd: de looptijd van een lening te zegge 2 maanden;
Uiterste datum: de laatste datum waarop een onderpand in beheer en bewaring is in het Pandhuis waar de belening heeft plaats gevonden;
Verstaan: het niet gelost zijn van een onderpand;
Aanbieder: een persoon die een goed aanbied voor de wachtverkoop; en
Wachtverkoop: verkoop van privé eigendommen van een aanbieder verzorgt door Pandjeshuis Visser.

Art. 2

Doelstelling.

Pandjeshuis Visser is een zelfstandige onderneming in detail− en groothandel en wordt in deze voorwaarden aangeduid als het Pandhuis. Bestuur, beheer en personeel.

Art. 3

Het Pandhuis heeft een directeur, die is belast met de leiding van het Pandhuis en met de regeling van alle aan het Pandhuis opgedragen werkzaamheden. 1. Het Pandhuis wordt beheert door de directeur, ondersteunt door zijn of haar personeel. Het verstrekken van geld.

Art. 4

Het Pandhuis verstrekt geen onderpanden of geld en neemt geen geld of onderpanden aan bij inkoop, terugverkoop en wachtverkoop van personen: die nog niet de minimale leeftijd van achttien jaar hebben; die in staat van dronkenschap of onder invloed van verdovende middelen verkeren; die onder curatele of bewind zijn gesteld; waarvan het faillissement is aangevraagd, dan wel failliet zijn verklaard;  en waarvan, indien nodig, de toestemming van de echtgeno(o)t(e) ontbreekt.

Art. 5

De belening.

Tot onderpand kunnen worden aangenomen alle eigendommen en bedrijfseigendommen, met uitzondering van:
1. goederen welke kennelijk tot de eredienst behoren of kennelijk afkomstig zijn van instellingen van weldadigheid; 2. goederen, behorende tot de kleding, de uitrusting of de wapening van militairen; 3. goederen waarvan de aanbieder zich niet op deugdelijke wijze kan legitimeren; 4. goederen waarvan het vermoeden bestaat of bekend is dat deze ontvreemd zijn; 5. goederen waarvan de afbetaling (nog) niet volledig voldaan is; 6. niet behoorlijk functionerende, incomplete of schoongemaakte goederen; 7. goederen waarop niet tenminste een beleensom van minimaal vijftig euro kan worden verstrekt; 8. goederen die niet minimaal twee maanden in bezit zijn van de huidige eigenaar; 9. een belening kan in het belang van het Pandhuis worden geweigerd.
Alle bovengenoemde uitzonderingen van art. 5 gelden ook voor goederen voor de in- en wachtverkoop.

Art. 6
1. Een overeenkomst kan worden aangegaan als gebleken is dat de pandgever en het onderpand aan de voorwaarden voldoen. De overeenkomst geldt voor de termijn van twee maanden, bijvoorbeeld van 15 juli 2014 tot en met 15 september 2014
2. Bij aanname van een onderpand en afgifte van de beleensom wordt aan de pandgever een pandbewijs gegeven, met daarin vermeld de naam, adres en identiteitsnummer van de pandgever, de datum van de belening, het volgnummer waaronder de belening in het beleningsregister is ingeschreven, de omschrijving en de geschatte waarde van het onderpand, de beleensom, de wachttijd en eventuele bijzonderheden.
3. Het pandbewijs dient zorgvuldig bewaard te worden. Bij verlies wordt geen duplicaat uitgegeven. In geval van goederen voor de wachtverkoop kan een overeenkomst kan worden aangegaan als gebleken is dat de aanbieder en het aangeboden goed aan de voorwaarden voldoen.


Art. 7

Waarde van een onderpand en uitbetaling.

Het Pandhuis beoordeelt een aangeboden onderpand en maakt een schatting van de waarde. 
De beleensom van een onderpand is een gedeelte van de geschatte waarde conform de vastgestelde tarieven zie artikel 9.
Indien de pandgever akkoord gaat met de beleensom en de voorwaarden, kunnen pandgever en het Pandhuis een overeenkomst aangaan. 
Tenslotte keert het Pandhuis direct de beleensom in contant geld uit, of per bank.
In geval van goederen voor de wachtverkoop beoordeelt het Pandhuis een aangeboden goed en maakt een schatting van de waarde.
Indien de aanbieder akkoord gaat met de verkoopprijs en de voorwaarden, kunnen de aanbieder en het Pandhuis een overeenkomst aangaan.
Na de verkoop neemt het Pandhuis contact op met de aanbieder om het geld aan de aanbieder uit te keren tegen een betaling van de afgesproken commissie.


Art. 8

Wijze van bewaring.

1. De onderpanden worden tot de lossing of de verkoop met zorg bewaard en beheerd in de daarvoor bestemde magazijnen en kluizen in het Pandhuis waar zij zijn beleend.
2. De goederen van de wachtverkoop worden tot de verkoop veilig gestald.

Art. 9

Verzekering.
De onderpanden en goederen in de wachtverkoop worden tegen brand- en inbraakschade verzekerd.

Art. 10

Afgifte van een onderpand.

1. De afgifte van een onderpand geschiedt in het Pandhuis waar de belening heeft plaats gevonden, tenzij in bijzondere gevallen anders wordt bepaald. 2. Een onderpand wordt afgegeven tegen inlevering van het pandbewijs en betaling van de beleensom plus rente 3. Afgifte van een onderpand kan plaats vinden binnen de wachttijd en uiterlijk op de laatste datum zoals vermeld op het pandbewijs. 4. Een onderpand wordt alleen afgegeven aan de pandgever, die zich dient te legitimeren door middel van een geldig paspoort, identiteitskaart of rijbewijs. In geval van een onderpand met een waarde van vijfhonderd euro of hoger dient een pandgever zich te legitimeren door middel van een geldig paspoort, identiteitskaart of rijbewijs

Art. 11

Verlenging van een belening.

1. Verlening wordt bepaald door ons of er verlengd kan worden of niet.

2. In het worden beleningen niet verlengd.

Art. 12

Vergoedingen.

Het Pandhuis kent geen vergoeding toe: 1. ten aanzien van onderpanden die, ten gevolge van buiten gebruik stellen gedurende de wachttijd, bij de lossing gebreken vertonen of waarvan redelijkerwijs kon worden aangenomen dat de gebreken niet bij inname konden worden vastgesteld; 2. zodra het onderpand buiten het gebouw, waar de lossing plaats had, is gebracht; en 3. zodra een goed verkocht is en buiten het gebouw is gebracht.

Art. 13

Het verstaan van panden.
Bijzondere omstandigheden.

1. In geval van diefstal of verlies van een pandbewijs dient de eigenaar van het pandbewijs direct contact op te nemen met het Pandhuis. 2. In geval van ziekte van de eigenaar van een pandbewijs en een onderpand dient gelost of verlengd te worden, dient de eigenaar contact op te nemen met het Pandhuis. 3. In geval van overlijden van de eigenaar van een pandbewijs kan alleen een erfgenaam op vertoon van het pandbewijs, een geldig legitimatiebewijs, een bewijs van overlijden en een bewijs dat diegene erfgenaam is, het onderpand lossen. 4. Het Pandhuis zal per bijzondere omstandigheid bekijken hoe samen tot een passende oplossing gekomen kan worden.

Art. 14

Inbeslagname van onderpanden en goederen in de wachtverkoop.

1. Onderpanden en goederen in de wachtverkoop die, hetzij voor voorlopig onderzoek, hetzij om te dienen als bewijsstukken, hetzij om te dienen als afbetaling van schulden bij faillissement of onder curatelestelling, worden opgevraagd of in beslag genomen door de bevoegde macht, worden aan haar afgegeven tegen een bewijs van afgifte en betaling van beleensom plus openstaande rente of de door het Pandhuis gemaakte kosten. 2. Het bestuur kan nadere regels stellen voor de maatregelen die nodig zijn ter bewaring van de rechten van het Pandhuis.